Studie & Ontwerp van Elektrische Installaties

Rubbrecht Gert

Aarding

De aarding is voor mij de basis van elke elektrische installatie.

Dit is onder andere de reden waarom het aardingssymbool opgenomen is in het logo.

Als je naar het AREI kijkt, dan wordt het woord “aarding” in een heleboel artikels gebruikt. Je zou bijna de indruk krijgen dat alles rond draait rond een goede aarding.

 

De aardingsinstallatie kan heel complex zijn. Ter illustratie kan je het artikel 98 van het AREI er op nalezen zoals gepubliceerd in het Staatsblad van 18 februari 2004.

 

 

 

 

Ik onderscheid, met betrekking tot de aarding, 5 systemen :

 

¨ De elektrische laagspanningsaarding;

¨ De elektrische hoogspanningsaarding;

¨ De propere aarding;

¨ De equipotentiale verbinding;

¨ De bliksemafleiding

 

Verder is er nog een buitenbeentje : de kathodische bescherming.

Voorbeeld van een HS aardingsonderbreker en verdeelrail.

 

In een HS lokaal zijn er snel meer aardingsaansluitingen dan oorspronkelijk voorzien.

 

 

 

Zoals bij de studie van een elektrische installatie, ben ik voorstander van het maken van een specifiek blokschema voor de aardingsinstallatie.

Dit maakt het mogelijk om over het systeem te discuteren en een voorafgaandelijk akkoord van het keuringsorganisme te bekomen.

Bijkomend is het aangewezen om een inplantingplan van de aardingsinstallatie op te maken met de nodige details voor de aansluiting. Dit plan is meestal heel vroeg in de studie nodig vermits de civiele werken aanvangen voor de elektrische werken.

 

De aannemer van de bouwwerken plaatst meestal de aardingslus.

 

In sommige gebouwen dienen de wapeningsstaven in het beton naar buiten gebracht te worden opdat ze aan de equipotentiaalverbinding kunnen gelegd worden.

De aardingslus wordt geïsoleerd van het beton naar binnen gebracht.

 

 

 

Voor gebouwen met een metalen structuur kan gevraagd worden om aansluitogen te voorzien zodat de equipotentiaalverbinding later gemakkelijk verloopt

De aansluiting van een equipotentiale verbinding of een aardgeleider, dient steeds zo kort mogelijk te zijn.

Verder moet de aansluiting zo recht mogelijk zijn, of met een vloeiende bocht.

Het aansluiten van de aarding met een lus is uit den boze.

Een foutstroom (piekstroom) heeft een grotere frequentie dan de nominale frequentie en een lus zorgt dan voor een grote weerstand in de geleider.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Indien toch een zeker gemak van aansluiten gewenst is, kan de aardgeleider aangesloten worden via een “zwanenhals” of een ruime bocht.

© Gert Rubbrecht